Manifest "Wijk voor fiets" 
- dit manifest is een vraag gericht naar elk bestuurlijk niveau, zowel het Vlaams, het provinciaal als het gemeentelijk.
- elk bestuurlijk niveau dient een fietsbeleidsplan op te stellen.
- elk niveau dient fietsambtenaren in dienst te nemen of aan te duiden binnen de dienst, die betrokken worden bij alle mogelijke aspecten met consequenties voor fietsers.
- elk niveau dient een fietscommissie op te richten waarin alle geledingen van de maatschappij in vertegenwoordigd zijn (bv fietsersbonden, buurtverenigingen, jeugdverenigingen, scholen en oudercomites, werkgevers, …)
- regelmatig (bv jaarlijks) dienen de fietsknelpunten binnen het werkingsgebied opgelijst te worden.
- budgetten dienen prioritair voorzien te worden om de knelpunten weg te werken. Alle niveau’s dienen structureel samen te werken om de knelpunten weg te werken. Ook tussen de gemeenten onderling dienen de knelpunten gezamenlijk aangepakt.
- jaarlijks dient een evaluatie te gebeuren over het gevoerde fietsbeleid, en het wegwerken van de fietsknelpunten.
- aan stations, bushaltes, in dorps- en stadscentra dienen voldoende fietsstallingen voorzien met hoge steunbeugels. Bij voorkeur overdekt.
- grote ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwe bedrijventerreinen of kantoorzones, grote inplantingen van woongebieden… dienen getoetst te worden op fietsvriendelijkheid. Er dienen minimum normen opgelegd te worden voor fietsstallingen bij woningen, winkels, horeca en kantoren.
- bij de heraanleg van straten dienen deze op fietsveiligheid en -vriendelijkheid gescreend. Fietsers verplichten om meermaals een drukke baan te kruisen is uitgesloten. Wanneer een fietspad een drukke straat kruist dient dit uitdrukkelijk aangeduid, en dient de fietser voorrang te krijgen, desnoods met verkeerslichten. Fietssluizen aan kruispunten dienen de fietsers een veilige voorrang op de auto te geven.
- (inter)gemeentelijke fietscorridors naar scholen, stations, ziekenhuizen, winkel en kantoorcentra dienen uitgewerkt. Door een samenwerking van Vlaams en provinciaal niveau, stad Leuven en de buurgemeenten dienen vrijliggende fietswegen aangelegd als alternatief voor de fietspaden op de steenwegen.
- de kortste weg tussen 2 buurten dient een voet- en fietspad te zijn. Enkel indien dit onveilig is, kan een langer traject verkozen worden.
- bij wegeniswerken, waardoor een fietspad tijdelijk moet verdwijnen, dient een plan opgesteld zodat de hinder voor de fietser beperkt is, en dienen tijdelijke oplossingen voorzien.
- fietspaden dienen comfortabel te zijn, breed genoeg voor 2 fietsers, vrij van oneffenheden, voldoende verlicht, en minimaal conflicten te veroorzaken met voetgangers. Het fietsen is aangenaam, bv door bomen te voorzien langs het fietspad, door de fietspaden te leiden langs kanalen, vijvers, doorheen parken,…
- fietsvoorzieningen dienen aangepast aan de nieuwe fietsvarianten (tandems, ligfietsen, fietsen met aanhangwagentjes, bakfietsen,…). Hier dient extra ruimte voorzien (breder fietspad, aangepaste draaicirkels, grotere ruimte voor fietsstalling,…).
|